
De gemeenteraad van Zoetermeer vergaderde donderdagavond 29 oktober voor de laatste keer in de raadszaal van Gouda. Vanwege de vervanging van de video- en camera-installatie in de eigen raadszaal moest de raad tijdelijk uitwijken naar de buurgemeente. De vergadering stond onder meer in het teken van het afscheid van een raadslid, vragen over het gebruik van openbare laadpalen door gemeentevoertuigen en een kritisch onderzoek van de Rekenkamer naar de zorg voor mensen met onbegrepen gedrag.
Afscheid Roel van der Vlies
De vergadering begon met het afscheid van Roel van der Vlies, voorman van Zó! Zoetermeer. Hij verlaat de gemeenteraad en wordt opgevolgd door voormalig wethouder Marijke van der Meer.

Tijdens de vergadering werd ook Rigaud Markes geïnstalleerd als raadslid. Markes was eerder actief als commissielid en maakt nu de overstap naar de gemeenteraad.

Vragen over gemeenteauto’s bij openbare laadpalen
Tijdens de mondelinge vragen stelde voormalig wethouder Ronald Weerwag namens LHN vragen over gemeentelijke voertuigen die openbare laadplekken rond het stadhuis bezet houden.
Volgens signalen van omwonenden blijven deze voertuigen soms het volledige weekend bij een laadpaal staan, waardoor andere gebruikers geen gebruik kunnen maken van de voorzieningen.
Wethouder Van Gils (VVD) antwoordde dat voor gemeentelijke voertuigen dezelfde regels gelden als voor andere weggebruikers. Hij gaf aan de signalen over langdurig geparkeerde gemeenteauto’s niet te herkennen. Dit ondanks eerdere berichtgeving van ZFM, waarin de situatie werd bevestigd.
De wethouder riep inwoners op om dergelijke situaties te melden via de BuitenBeter-app.
De wethouder kondigde tijdens de beantwoording geen aanvullende controles op gemeentelijke voertuigen bij openbare laadpalen aan. Inwoners kunnen volgens hem via de BuitenBeter-app melding maken wanneer gemeenteauto’s langdurig een laadplek bezet houden.

Inspreekster vraagt onderzoek naar tekortschietende zorg en nazorg
Een van de insprekers vroeg de gemeenteraad nadrukkelijk aandacht voor kwetsbare inwoners die afhankelijk zijn van meerdere zorgorganisaties. Volgens de inspreekster gaat het in de praktijk regelmatig mis wanneer verschillende instanties wel verantwoordelijkheid nemen voor een afzonderlijk probleem, maar niemand de regie voert over het geheel.
Zij wees onder meer op situaties waarin mensen uit huis worden geplaatst en vervolgens afhankelijk zijn van verschillende hulpverleners en instanties. Iedere betrokken zorgorganisatie behandelt een eigen onderdeel van de problematiek, terwijl onvoldoende duidelijk is wie verantwoordelijk is voor het totale zorgtraject en de nazorg.
De inspreekster benadrukte dat volgens haar de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de samenhang en regie bij de gemeente ligt. Zij riep de raad op om actief onderzoek te laten doen naar concrete casussen waarin zorg, begeleiding en nazorg mogelijk tekortschieten.
De oproep sloot aan bij een belangrijk onderwerp dat later op de agenda stond: het Rekenkameronderzoek naar personen met onbegrepen gedrag in Zoetermeer.
Rekenkamer: zorg voor mensen met onbegrepen gedrag onvoldoende op elkaar afgestemd
Het Rekenkameronderzoek dat donderdagavond op de agenda stond, sluit voor een belangrijk deel aan bij de zorgen die de inspreekster eerder op de avond naar voren bracht. Volgens de Rekenkamer beschikt Zoetermeer over voldoende wettelijke bevoegdheden om de zorg voor kwetsbare inwoners te coördineren, maar schiet de uitvoering daarvan in de praktijk tekort.
Het onderzoek, uitgevoerd door DSP-groep, richt zich op mensen die door een combinatie van bijvoorbeeld psychische problemen, schulden, verslaving, dakloosheid of sociaal isolement de grip op hun leven dreigen te verliezen.
Niet meer meldingen, wel ingewikkeldere problemen
Opvallend is dat het aantal meldingen over personen met onbegrepen gedrag niet sterk stijgt. Politiegegevens laten sinds 2022 zelfs een lichte daling zien. Tegelijkertijd neemt het aantal meldingen bij Meldpunt Bezorgd sterk toe.
Volgens de onderzoekers zit het probleem vooral in een relatief kleine groep inwoners met ingewikkelde, terugkerende problemen. Deze mensen hebben vaak hulp nodig van meerdere organisaties tegelijk.
Juist daar loopt de samenwerking regelmatig vast. Zorgverleners, politie, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties hebben ieder hun eigen taken en verantwoordelijkheden, maar het ontbreekt aan duidelijke afspraken over wie het totale traject bewaakt.
De Rekenkamer concludeert dat niet het ontbreken van bevoegdheden, maar het onvoldoende organiseren van de regie het grootste knelpunt vormt.
Rekenkamer vraagt om duidelijkere regie
De gemeente heeft volgens het onderzoek de wettelijke verantwoordelijkheid om partijen bij elkaar te brengen, een samenhangend plan van aanpak te organiseren en de regie duidelijk te beleggen.
Dat betekent niet dat gemeentelijke medewerkers zelf alle hulp moeten verlenen. Wel moet duidelijk zijn welke organisatie verantwoordelijk is voor de dagelijkse begeleiding en wie ingrijpt als samenwerking vastloopt.
De onderzoekers signaleren daarnaast wachttijden, een tekort aan passende woonruimte en problemen bij het delen van informatie. Ook weten inwoners en betrokken familieleden niet altijd waar zij terechtkunnen wanneer zij zich zorgen maken.
Hierdoor bestaat het risico dat mensen tussen verschillende instanties blijven rondgaan zonder dat hun onderliggende problemen daadwerkelijk worden aangepakt. De gevolgen raken niet alleen de betrokken inwoners, maar ook hun familie, omwonenden en hulpverleners.
Nieuwe aanpak en betere vroegsignalering
De Rekenkamer adviseert de gemeente om uiterlijk 1 juli 2027 duidelijke afspraken te maken over de verdeling van verantwoordelijkheden. Bij ingewikkelde en terugkerende situaties moeten gemeentelijke procescoördinatoren nadrukkelijker de regie krijgen.
Ook moet er één duidelijke route komen naar geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg, maatschappelijke ondersteuning en andere hulpverlening.
Daarnaast adviseert de Rekenkamer om meer te investeren in preventie en vroegsignalering. Niet pas handelen wanneer iemand herhaaldelijk met de politie in aanraking komt, maar eerder herkennen wanneer een situatie dreigt te escaleren.
In het raadsvoorstel staat onder meer dat inwoners die al hulp ontvangen en opnieuw bij de politie in beeld komen, binnen vijf werkdagen moeten worden aangemeld voor procesregie. Ook moet Meldpunt Bezorgd beter bekend worden en moet er een actuele digitale sociale kaart komen met beschikbare hulpvoorzieningen.
College onderschrijft conclusies, uitvoering vraagt extra middelen
Het college van burgemeester en wethouders herkent de belangrijkste conclusies en onderschrijft de noodzaak om de samenwerking te verbeteren.
Er loopt inmiddels een proef waarbij een casusregisseur zich richt op vijf personen over wie de meeste politiemeldingen binnenkomen. Deze functionaris moet de betrokken hulpverleners bij elkaar brengen, de voortgang bewaken en voorkomen dat afzonderlijke organisaties langs elkaar heen werken.
Het college wil vooral bestaande voorzieningen versterken en niet direct nieuwe organisatiestructuren oprichten. Voor een deel van de aanbevelingen is volgens het college echter extra personeel en structureel budget nodig.
Daarom wordt een gefaseerde invoering voorgesteld, waarbij financiële keuzes in de begrotingen voor de komende jaren moeten worden gemaakt.
Het raadsvoorstel voorziet erin dat uiterlijk 1 juli 2027 concrete plannen en meetbare doelen aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De structurele financiële keuzes moeten uiterlijk in de programmabegroting 2028–2031 worden vastgelegd.
Oproep om ook individuele dossiers te onderzoeken
De oproep van de inspreekster sluit aan bij de conclusies van het Rekenkameronderzoek. Waar het onderzoek vooral kijkt naar de organisatie en samenwerking tussen zorginstanties, vraagt zij de gemeenteraad om ook individuele dossiers te onderzoeken.
Daarbij gaat het om de vraag wat er gebeurt wanneer kwetsbare inwoners ondanks de betrokkenheid van meerdere hulpverleners toch onvoldoende worden geholpen en wie de verantwoordelijkheid neemt wanneer zorg of nazorg tekortschiet.
Volgens de Rekenkamer is de regie over dergelijke zorgtrajecten nog onvoldoende gewaarborgd.